ei nochtans so willic vrolic sijn

van tienen, van vieren, so wil ict stellen

en drinken den hupsen coelen wijn.

Hi, laet ons drinken en clinken

en laet ons maken den dobbelen haen!

mijn keelken moet wijnken drinken,

al sou mijn voetken baervoets gaen.

2Wel eten, wel drinken dat doet mi specken,

verstaghet al minen sin:

een potteken drinken, een potteken lecken