7Ziet het os en ’t ezelken
die verwermt het kindeken!
ziet het beven, zuchtjens geven
in dees kou en daer en is vier nog schouw.
8Corydon, och lieven maet,
wel wat hout dog kappen gaet!
haelt dog torven met heel korven!
ras brengt hout! want dat kindjen is zoo koud.
9Amarillis stookt wat vier!
want het veel te koud is hier.