zijt welkom uit uw vaders hoogen troon!
doet op uw poort, Jerusalem!
uw koning is alreeds te Bethlehem,
’t is David’s rechte nazaat; ziet, uw koning
leit in een stal, geen slechter woning
is er in dit dal.
4Zijt welkom groote wereldsvorst,
zijt welkom die uw slaven komt bezoeken,
gelijk een kind in slechte doeken
omwonden en sober uitgedorst.