o schoonste bruigom! zeg het mijn,
is ’t anders uw behagen.’
‘Mijn vader is zoo rijken man:
zijn rijk gaat alzoo verre,
hemel en aard hij buigen kan,
de zon, de maan, de sterren.
12Tien honderd duizend engelen schoon
die liggen steeds gebogen
bij mijn heer vaders hoogen troon
met neêrgeslagen oogen.’