mijn liefste is een koningszoon,

zijn rijk strekt alzoo verre,

zijn kleed is hemelsblaauw en schoon

bestrooid met gouden sterren.

23Zijn aangezigt is melk en bloed,

zijn haren zijn van goude,

zijn wezen is zoo wonderzoet

als ooit een mensch aanschouwde,

hij kwam uit zijn heer vaders rijk,

om mij met hem te leiden.