- Het voer een vischer vischen,
- 52.
- Het waren twee conincskinderen,
- 27.
- Het waren twee koningskinderen goed,
- 14.
- Het was een gheselleken was goet van prijs,
- 119.
- Het was een jagher een weiman goet,
- 43.
- Het was een meisken vroech op ghestaen,
- 54.
- Het was op eenen avond laet,
- 125.
- Het wijntje dat is er zoo zoet van smaak,
- 172.
- Het windje dat uit den oosten waait,
- 126.
- Het zou er een boer zijn dochter uit geve,
- 165.