- Waar bistou, Lambert mijn knecht?,
- 164.
- Waar staat jou vaders huis en hof?,
- 153.
- Wat benne wij slegte minnaars dom,
- 79.
- Wat mag daar wezen, wat mag daar zijn,
- 75.
- Wat zullen ons Patriootjens eeten?,
- 166.
- Wel man, gy moet naer huis toegaen,
- 147.
- Wy boeren en boerinnen,
- 175.
- Wi groeten mijn heer met groter eer,
- 159.
- Wy komen getreden met onze starre,
- 193.
- Wij komen hier heen met onze sterre,
- 194.