si plucten alle rosen. :|:

2Mijn dochte, dat mijn den hemel ontsloot,

doe mijn die schoon een cranselijn boot

met haer sneewitter handen.’

3Een rode ridder heeft dat vernomen,

tot sinen heer is hi ghecomen,

hi brochten so leider maren.

4‘Here, seide hi, here goet!

dats Brunenburch draecht hoghe moet,

hi slaept bi dijnre vrouwen.’