den derden lei aan een spit.

6‘Zal ik hier moeten sterven,

als ik voor mijn oogen aanzie,

zoo mag ik mij wel beklagen,

dat ik er een Griekman ben.’

7‘Bent gij ook van de Grieken,

daar is er mijn man van daan,

zoo noemt mij eens jouw ouders,

laat hooren of ik ze kan!’

8‘Zou ik mijn ouders noemen,