wie komter dat huis dat hooge huis toe,

daar de vensters blinken van gouwe?’

23‘Als ik het immers zeggen moet,

ik zeg bij mijnder trouwen,

het komter dat wijf, dat wereldsche wijf toe

met haren wel landesvrouwen.’

24‘Komen zij dat wijf, dat wereldswijf toe

met haren wel landesvrouwen,

ja want gisteren avond heeft hijze gehaald

en morgen zoo zal hijze trouwen.