ging er al buiten jagen

drie mylkens buiten Brugge,

daer stond er een linde breed;

hy en vond er niets ter jagte

dan een herderken kleene;

hy moest hem tegenkomen,

het was hem lief of leed.

2‘Wel herderken, wel herderken!

ik zou er u geiren vragen

wat wonder avonture