Niederländische Volkslieder
Carl Rümpler
Страница - 33Страница - 35
  • Het daghet in den oosten 1540. 1631.
  • Het dienden een edel schiltcnecht goet al sijnre weerder vrouwen, hi schencten ....... XV.
  • Het gaet hier teghen den somer al dat men singhen sal XV.
  • Het gheviel in enen tide wel achtien weken lanc, dat wi te schepe ghinghen XV.
  • Het ghinghen twee ghespelen goet aen gheenre wilder heiden XV.
  • Het had een meisken een ruiter lief 1577.
  • Het hadde een graef een dochterken 1593.
  • Het is goet peis, goet vrede in al mijns heren landen 1540.
  • Het quam een ruiterken uit boschayen 1540.
  • Het reden twee ghespelen goet ter heiden plucken bloemen, die een die reet al lachende uit, die ander die was droevich XV.