al ben ik vol wonden, ik sterf noch niet.
4Al ben ik mijn jong hart doorwond,
wou gij mij verbinden dan waar ik gezond.’
5‘Dat’s uwe verbinder wil ik niet zijn,
ik draag er verborgen een kindje zoo klein.’
6‘Draagt gij verborgen een kindje zoo klein,
daar zal ik, schoon liefje, de vader van zijn.’
7‘Zult gijder de vader van mijn kind zijn,
dan zal ik verbinden uw wonden certein.’
8Dat meisje trok uit haar sneuteldoek wit,