- Ic weet een vrouken amoreus, si heeft mijn herte bevaen 1540.
- Ik weet noch een casteel 1607.
- Ic weet noch enen acker breit 1508.
- Ic weets een molenarinne, van herten also fier XV.
- Ic weets een vroulijn wel bereit XV.
- Ic wil mi gaen verheughen, verbliden minen (moet) 1540.
- Ik wilde ik ware een wilde swane smal 1627.
- Ik wilde wel om vier mijten, mijn care .... 1627.
- In mijn jonghe jeucht quam mi te voren 1562.
- In minen sin heb ic vercoren een maechdekijn jonc XV.