wie noit van sijn liefken en scheide,

hi en weet van gheender pijn.

Antw. LB. Nr. 82, 6:

Die cnape sprac: hoe wee mi doet

dat ic van di moet scheiden!

scheiden dat is mi een bitter doot,

mi en schiede noit dinc so leide.

Antw. LB. Nr. 28, 3:

Die liefde bloeit winter en somer,

dat de coele mei niet en doet.