¶ Nr. 104.

Liebesausflug.

1‘Na Oostland wil ik varen,

daar woont er mijn zoete lief,

over berg en over dalen,

schier over der heiden,

daar woont er mijn zoete lief.

2Al voor mijn zoeteliefs deurtje

daar staan twee boompjes klein,

den een draagt nooten van muskaten,