schier over der heiden,
daar zij een bedje vand.
5Daar lagen zij twee verborgen
die lieve lange nacht
van den avond tot den morgen,
schier over der heiden,
tot scheender den lichten dag.
Holländisch: Thirsis Minnewit I, 101.—Dr. 2, 2. fijn. —Le Jeune Volksz. Nr. 63. “Uit een blaauwboekje.” 1, 1. Oosterland — 7, 3. nachtegalen —7, 5. vliegen —Auch in “De Oprechte Sandtvoorder Speel-Wagen” 1719, bl. 13. (Hor. belg. 2, 170.) und in den Altd. Wäldern 2, 45.
Vlämisch: Willems Nr. 19. Str. 6–9.—3, 3. 5. My vrydt er een ridder verkoren, een ridder zoo stout en zoo vroed. Sehr verdächtig!
Die beiden ersten Strophen finden sich wieder in einem schwedischen geistlichen Liede als Einleitung, s. Svenska Folkvisor 1, 235.