Zamenspraak tusschen een Priester en Koster en andere zingende Persoonen.
Op de stemme als ’t begint.
1.
Priester.
Waar bistou, Lambert mijn knecht?
Koster.
Hier ben ik, heer, uw getrouwe knecht
Priester.
Gaat in ’t westen, gaat in ’t zuiden:
wat brengen ons de kerkeluiden?