Aarböger for nordisk Oldkyndigheid og Historie, udgivne af det kongelige nordiske Oldskrift-Selskab. 1867. Fjerde Hefte. Kjöbenhavn. 8.

Oldsagfundene i de gamle Flodgruslag navnlig i Somme-Dalen ved Amiens og Abbeville. Af L. Zinck. — Småting om Dansk. Af E. Jessen.

Tillæg til Aarböger, Aargang 1867. Kjöbenhavn. 1868. 8.

Aarböger 1868. Förste Hefte: Nogle Jagttagelser angaaende Materialet i den ældre Jernalders Vaaben. Af Artilleriecapitain Otto Blom. — Om de ældste nordiske runeindskrifter. Af Prof. George Stephens. — Om nogle i danske Kirker opdagede Kalkmalerier. Af J. Kornerup. (Hertil Tavle I.) — Professor G. Stephens om de ældste nordiske runeindskriften. Af Ludv. F. A. Wimmer. — En emaileret Bronceskaal fra den ældre Jernalder. (Kjöbenhavns Oldsagsamling C. 93.) Af C. Engelhardt. (Hertil Tavle II.)

Verslag van het verhandelde in de Algemeene Vergadering van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap van kunsten en wetenschappen, gehouden den 25. Juni 1867. Utrecht, C. van der Post jr. 1867. 8.

Anteekeningen van het verhandelde in de Sectie-Vergaderingen van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap van kunsten en wetenschappen, gehouden in het jaar 1867. Utrecht, C. van der Post jr. 1868. 8.

Kronijk van het Historisch Genootschap, gevestigd te Utrecht. Drie en twintigste Jaargang, 1867. Vijfde Serie. Tweede Deel. Utrecht. Kemink en Zoon. 1868. 8.

Stukken uit het Archief van Hilten. Medegedeeld door P. van den Brandeler: De oudste voorregtsbrief der stad Dordrecht 1220. — Door Dr. W. G. Brill: Over het beleg van Maastricht in 1632. Toelichtingen op een brief van den Baron de Charnacé van 1633. Over het onderwijs in de middeneeuwen. Bestelling van kerkelijke ambten. Kleinigheden de oorzaken van groote gevolgen. De staatkunde der Nederl. Regering omstreeks 1730. Over de invoering van het Christendom in Nederland. Ulixes in Duitschland. De houding van Oostenrijk in het laatst van den Successie-oorlog 1745. — Door Dr. J. G. Burman Becker: Een letterkundige strijd van P. Burinan. Uit het Deensch door Mr. J. I. D. Nepveu. — Door Eyck van Zuylichem: De oude loop van den rivier de Lek. — Door H. O. Feith: Kronijk van Eggerik Egges Phebens. — Door C. F. Gaedechens: Missive over de afleiding van den naam Bilderdijk. — Door J. J. de Geer: Romeinsche Oudheden gevonden aan de Meern. — Door B. J. L. Geer van Jutfaas en J. J. de Geer: Opmerkingen over de 1e Aflevering van het Oorkoudenboek van Holland en Westfriesland. — Door B. J. L. de Geer van Jutfaas: Brieven van Franciscus Martinius 1631–1652. Charter betrekkelijk Eiteren van 1036. Redenen van den dood van Floris V. De Rederijkerskamers en de Reformatie. — Door W. F. de Jonge: Over den Mercurius Gallo-Belgicus. Origineele brieven van Justus de Huybert aan Constantijn Huygens, 1669–1672. Over de godin Nehalennia. — Door H. J. Koenen: Over den geest en de strekking van het Amsterdamsche Patriciaat. — Door P. A. Leupe: Stukken betreffende het aanstellen van eenige kapiteinen bij de Admiraliteits-Collegien van het Noorderkwantier en die van Friesland in 1652. — Door A. J. Nijland: Portretten van Prins Willem van Oranje en W. Bilderdijk. Portretten van Prinsen uit het Huis van Oranje. Spotprenten op de Arminianen. Zeldzame brochuren betrekkelijk de revolutie van 1789. Portretten van de Stadhouder Willem III. Platen van Frans Hoogenberch. — Door Dr. H. C. Rogge: Brief van D. Heynsius aan R. Bont, 1619. Brief van Johan Kievit aan den Raadsheer Nierop, 1672. Brieven van Daniel Tresel, 1626. Brieven van J. Hulft, Secretaris van de Gevolmachtigden der Algemeene Staten bij de vredehandeling te Nijmegen, 1678, aan G. Brandt. — Door Dr. Eelco Verwijs: Tochten van Albrecht van Beijeren en Willem van Oostervant naar Friesland, 1396–1400.

Brieven en onuitgegeven stukken van Johannes Wtenbogaert. Verzameld en met aanteekeningen uitgegeven door H. C. Rogge. Eerste deel. 1584–1618. Werken van het Historisch Genootschap, Nieuwe Serie Nr. 11. Utrecht, Kemink en Zoon. 1868. 8. VIII u. 294 Stn., nebst 1 Stammtafel.

Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Tiende Deel. Amsterdam, C. G. van der Post. 1866. 8.