547 ([return])
[ Clarke's Life of James, ii. 236. Orig. Mem.; Burnet, i. 794.: Luttrell's Diary; Clarendon's Diary, Nov. 27. 1688; Citters, Nov 27/Dec 7 and Nov 30/Dec 10
Citters evidently had his intelligence from one of the Lords who were present. As the matter is important I will give two short passages from his despatches. The King said, "Dat het by na voor hem unmogelyck was to pardoneren persoonen wie so hoog in syn reguarde schuldig stonden, vooral seer uytvarende jegens den Lord Churchill, wien hy hadde groot gemaakt, en nogtans meynde de eenigste oorsake van alle dese desertie en van de retraite van hare Coninglycke Hoogheden te wesen." One of the lords, probably Halifax or Nottingham, "seer hadde geurgeert op de securiteyt van de lords die nu met syn Hoogheyt geengageert staan. Soo hoor ick," says Citters, "dat syn Majesteyt onder anderen soude gesegt hebben; 'Men spreekt al voor de securiteyt voor andere, en niet voor de myne.' Waar op een der Pairs resolut dan met groot respect soude geantwoordt hebben dat, soo syne Majesteyt's wapenen in staat warm om hem te connen mainteneren, dat dan sulk syne securiteyte koude wesen; soo niet, en soo de difficulteyt dan nog to surmonteren was, dat het den moeste geschieden door de meeste condescendance, en hoe meer die was, en hy genegen om aan de natie contentement te geven, dat syne securiteyt ook des to grooter soude wesen.">[
548 ([return])
[ Letter of the Bishop of St. Asaph to the Prince of Orange, Dec. 17, 1688.]
549 ([return])
[ London Gazette, Nov, 29. Dec. [3]. 1688; Clarendon's Diary, Nov. 29, 30.]
550 ([return])
[ Barillon, December 1/11 1688.]