Gewassen buyten Roôm en aen het Tybers stof,

Hoe seer Lucullus pryst sijn bloemen, planten, spruyten,

Sijn ooft, sijn boom-gewas, sijn za’en, sijn braven hof,

Dit alles kan een wint, een buy en vlaegh verdrijven,

Soodat de bloem verdort en ’t rijpe fruyt verstickt.

Maer mynen hof van syd die sal gedurigh blyven.

Mijn fruyt het greetigh oogh, maer niet de mond verquict.

Geen spin, geen worm, geen rups en kan mijn boomen deeren,

Mijn bloemtjes somers sijn en ’s winters even groen,

Mijn kerssen altyd root, mijn appelen, mijn peeren