[389]. B. F. Matthes, “Over de âdá’s of gewoonten der Makassaren en Boegineezen,” Verslagen en Mededeelingen der koninklijke Akademie van Wetenschappen, Afdeeling Letterkunde, Derde Reeks, II. (Amsterdam, 1885) p. 182. The similar Roman penalty for parricide (Digest, xlviii. 9. 9; Valerius Maximus, i. 1. 13; J. E. B. Mayor’s note on Juvenal Sat. viii. 214) may have been adopted for a similar reason. But in that case the scourging which preceded the drowning can hardly have been originally a part of the punishment.
[390]. A. C. Kruijt, “Eenige ethnografische aanteekeningen omtrent de Toboengkoe en de Tomori,” Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap, xliv. (1900) p. 235.
[391]. A. C. Kruijt, “Van Posso naar Mori,” Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap, xliv. (1900) p. 162.
[392]. M. J. van Baarda, “Fabelen, Verhalen en Overleveringen der Galelareezen,” Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië, xlv. (1895) p. 514. In the Banggai Archipelago, to the east of Celebes, earthquakes are explained as punishments inflicted by evil spirits for indulgence in illicit love (F. S. A. de Clercq, Bijdragen tot de Kennis der Residentie Ternate (Leyden, 1890), p. 132).
[393]. O. Dapper, Description de l’Afrique (Amsterdam, 1686), p. 326; R. E. Dennett, At the Back of the Black Man’s Mind (London, 1906), pp. 53, 67-71.
[394]. R. E. Dennett, op. cit. p. 52.
[395]. A. C. Hollis, The Nandi, their Language and Folk-lore (Oxford, 1909), p. 76.
[396]. Rev. E. Casalis, The Basutos (London, 1861), p. 252.
[397]. Sir Harry Johnston, The Uganda Protectorate (London, 1902), ii. 718 sq.
[398]. A. C. Kruijt, “Regen lokken en regen verdrijven bij de Toradja’s van Midden Celebes,” Tijdschrift voor Indische Taal- Land- en Volkenkunde, xliv. (1901) p. 4.