“Het ijzer in Midden-Celebes,” in Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië, liii. (1901).

“Het koppensnellen der Toradja's van Midden-Celebes, en zijne Beteekenis,” in Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Afdeeling Letterkunde, IV. Reeks, III. Deel. Amsterdam, 1899.

“Het rijk Mori,” in Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, II. Serie, xvii. (1900).

“Het wezen van het Heidendom te Posso,” in Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap, xlvii. (1903).

“Mijne eerste ervaringen te Poso,” in Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap, xxxvi. (1892).

“Regen lokken en regen verdrijven bij de Toradja's van Midden Celebes,” in Tijdschrift voor Indische Taal- Land- en Volkenkunde, xliv. (1901).

“Van Paloppo naar Posso,” in Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap, xlii. (1898).

See also s.v. [Adriani, N.]

Kubary, J. [S.], “Die Bewohner der Mortlock-Inseln,” in Mittheilungen der Geographischen Gesellschaft in Hamburg (1878-1879).

“Die Religion der Pelauer,” in A. Bastian's Allerlei aus Volks- und Menschenkunde. Berlin, 1888.