[142] Id. p. 147 (Misool), “De strandbewoners zijn allen Mahomedanen.… De bergbewoners zijn heidenen.” Id. p. 53 (Salawatti), “Een klein deel der bevolking van het eiland belijdt de leer van Mahomed. Het grootste deel bestaat echter uit Papoesche heidenen, eenige tot het Mahomedaansche geloof zijn overgegaan, althans den schijn daarvan aannemen.” Id. p. 290 (Waigyu).
Some of the Papuans of the island of Gebi, between Waigyu and Halemahera, have been converted by the Muhammadan settlers from the Moluccas. (Crawfurd (1), p. 143.) [↑]
[143] Robidé van der Aa, p. 352. [↑]
[144] Captain Forrest, however, in 1775, tells us that “Many of the Papuas turn Musselmen.” (Voyage to New Guinea, p. 68.) [↑]
[145] Robidé van der Aa, p. 71. “De Papoe is te woest van aard, om behoefte aan godsdienst te gevoelen. Evenmin als de Christelijke leer tot nog toe ingang bij hem heeft kunnen vinden, zou de Mahomedaansche godsdienst slagen, wanneer daartoe bij deze volksstammen poging gedaan werd. Voorzoover mij is gebleken op vijf reizen naar dit land, hebben noch Tidoreezen, noch Cerammers of anderen ooit ernstige pogingen gedaan, om de leer van Mahomed hier in te voeren.… Slechts zeer weinige hoofden, zooals de Radja Ampat van Waigeoe, Salawatti, Misool en Waigama, mogen als belijders van die leer aangemerkt worden; zij en eenige hunner bloedverwanten vervullen sommige geloofsvormen, doordien zij meermalen te Tidor geweest zijn en daar niet gaarne als gewone Papoes beschouwd [[404]]worden. Onder de eigenlijke bevolking is nooit gepoogd, den Islam intevoeren, misschien wel uit eerbied voor dien godsdienst, die te verheven is voor de Papoes.” [↑]
[146] Robidé van der Aa, p. 319. [↑]
[147] Koloniaal Verslag van 1906, p. 70; 1911, p. 52. [↑]
[148] The Journal of the Indian Archipelago, vol. vii. pp. 64, 71. (Singapore, 1853.) [↑]
[149] G. W. W. C. Baron von Hoëvell, p. 120. Krieger, p. 436. [↑]