4.

Priester.

Waar bistou, Lambert mijn knecht?

Koster.

Hier ben ik, heer, uw getrouwe knecht.

Priester.

Gaat in ’t westen, gaat in ’t zuiden:

wat brengen ons de kerkeluiden?

Koster.

De kerkeluiden hebben ons welle bedocht,

zij hebben ons een gans gebrocht.

Priester.

Een gans een quans,

een eentje queckorum,

een hoentje kaacketorum.

Alle zingen.

Een belletje klincklancklorum. Enz.