met eenen blank zwaard al in haar hand,
met eenen blank zwaardetje en eenen roer,
zoo sprong dat waardinnetje over de vloer.
3Zij zeide: ‘sa gasten, ’t en mag er zoo niet zijn!
voor u en is er geen biertje of geen wijn,
voor u en is er geen biertje of geen wijn,
of daar moest eerst een goudguldentje zijn.’
4De jongste in zijn binnebeursje schoot,
hij haalde daar uit drie kroonen waren rood,
hij haalde daar uit drie kroonen waren rood,