Ammenlied.
1Daar was er eens een mannetje,
dat was niet wijs,
en die bouwde-n-een huisje
al op het ijs,
en hij wou dat hij een hoentje had.
tjiptjip mijn hennetje,
’s avonds in de korte kooi
en ’s morgens in het rennetje.
2Toen wou hij dat hij een haantje had.