kokkelekaan zoo heet mijn haan,
tjiptjip mijn hennetje enz.
3Toen wou hij dat hij een schaapje had.
blê heet mijn schaapjé,
kokkelekaan heet mijn haan enz.
4Toen wou hij dat hij een kalf had.
ducdalf zoo heet mijn kalf,
blê heet mijn schaapjé enz.
5Toen wou hij dat hij een koe had.
nametoe zoo heet mijn koe,