7Wel sterre je moet er zoo stille niet staan,

gij moet er met ons naar Bethlehem gaan,

8Naar Bethlehem die schoone stad,

daar Maria met haar klein kindeke zat.

9Hoe kleinder kind, hoe grooter god,

daar alle de joden meê hebben gespot.

10Wij hebben gezongen al voor dit huis,

geef ons er de penning al met een goed kruis!

11Al is het geen kruis, laat het wezen een munt,

geeft gij er de penning die gij er ons gunt!