10O goddelijke majesteit,

op kersnacht uit een suivre maagd geboren,

die nooit haar maagdom heeft verloren;

o grooten priester in der eeuwigheid,

zijt welkom in uw eigen goed!

wij vallen nu voor uwe krib te voet,

en schoon gij schijnt een kind, o heer der heeren,

gij zijt ons lot, ik wil u eeren

als mijn groote god.

11Gij komt van passe met uw macht,