een lied van liefde en vriendelijkheid,
van groote schoone dingen.
een Soudansdochter hoog van staat,
gekweekt in duistere landen,
ging ’s morgens met den dageraad
door gaarden en waranden.
2Zij zag de schoone bloempjes staan
van velerhande krachten.
hierdoor is in haar opgegaan
een welbron van gedachten: