- Daer was er eens een mannetje,
- 184.
- Daer was lestmael een ruiter,
- 77.
- Daar zou er een magetje vroeg opstaan,
- 26.
- Dag vrouw, dag man, dag al te gaêr,
- 183.
- Dans, nonneken, dans,
- 144.
- Danst, danst, kwezelken!,
- 145.
- Dat alle berghen goude waren,
- 12.
- Dat meisken opter laden lach,
- 74.
- Dat ruiterken in der schuren lach,
- 69.
- De koekoek in de mei,
- 179.