mijn overschone joncfrouwe!

ic en sal u nu noch nemmermeer

doen so groten ontrouwe.

27Wel op, wel op, mijn soete lief,

mijn overschone joncfrouwe!

al waert mijn vader ende moeder leet,

so sal ic u tot enen wive trouwen.

28Al waert mijn vader ende moeder leet

ende mijn broeders alle vive,

so sal ic u houden voor mijn bruit