of telt gij alle groene boomen
en al de geele goude roozen?’
3‘Ik tel er de groene boomen niet
en pluk ook alle goude roozen niet;
ik heb er mijn liefje verloren
en kan er geen tijding van hooren.’
4‘Heb gij er uw liefje verloren,
kanje ook geen tijding van hem hooren?
hij is er op Zeelands douwen
en verkeert met alle schoone vrouwen.’