1Daar quamen drie landsknechten

van Stralenburg over den Rijn, :|:

van strijden en van vechten

drie landsknechten

daar wouden zij meester van zijn.

2Zij quamen tot een waardinne:

‘waardinne, tapt ons er de wijn!

al wat wij hier verteeren

en versmeeren,

daar zal ik u borg voor zijn.’