hei! daar staater noch een flesje met wijn,

en daar en zal niemand uit drinken,

of het zal den alderliefste zijn.

8Ten einde van mijn liefs bogaarde,

hei! daar staander noch twee boomkens fijn,

den eenen draagt nooten muschaten,

hei! den ander die draagt nagelen fijn.

9Die nagelen smaken alzoo zoete,

o de nootjens bennen alzoo rond:

ik hooper noch t’ avond te kussen