hei! wanneer het schoon licht dag zoude zijn!

5Het daget in het Oostnoordoosten,

hei! dat doeter mijn jong hertje zoo wee:

te scheiden van mijn zoete liefjen,

hei! dat breekter mijn jong hertje aan twee.

6Ten einde van mijn liefjens hoofden

hei! daar staater noch een kofferkijn,

en daar leit inne besloten

hei! mijn zoete liefjens trouwetjen van mijn.

7Ten einde van mijn zoete liefjens voeten