¶ Nr. 106.
Die gebundene Nachtigall.
1De zon is ondergegangen,
de sterren blinken zoo klaar;
’k wou dat ik met mijn liefste,
schier over der heiden,
in een boomgaardje waar!
2‘De boomgaard is gesloten
en daar mag niemand in
dan de fiere nachtegaal,
1De zon is ondergegangen,
de sterren blinken zoo klaar;
’k wou dat ik met mijn liefste,
schier over der heiden,
in een boomgaardje waar!
2‘De boomgaard is gesloten
en daar mag niemand in
dan de fiere nachtegaal,