gij meugt mij niet gebeuren,

ik en ben de liefste niet.’

4‘Klappers en klappeyen

die zaaien haren zaad.

ik zal u wel verwinnen,

zoete lief, verkeert uw zinnen,

want ik zoek eenigen raad.’

5‘Klappers en klappeyen

hebben ’t u niet gedaan.

gaat bij uw lief verheven