en die zal u wel troost geven!
blijft dog hier niet langer staan!’
6‘Lief, doet uw deurtjen open
al zonder quaad vermoen!
’t is alzoo kleine zaake,
ei lief, staat mij te spraake,
want gij zult mijn vriendschap doen.’
7‘Ik en wil mijn deurtjen
voor u niet open doen,
nog mijn venster niet ontsluiten,