hij komt zoo gemakkelijk in;
ik slaap met rust zoo lang ’t my lust
zonder misbaar:
ik wou dat ’t altijd zondag waar!
2Zondags staat alle handwerk stil,
dat gaat zoo fraai na onzen wil;
elk tot zijn vriend gaat waar ’t hem dient,
den een tot d’aêr:
ik wou dat ’t altijd zondag waar!
3Het werken is een groot verdriet