voor hem die geeren en werkt niet;

’t is hem een plaag ook alle daag

en al het jaar:

ik wou dat ’t altijd zondag waar!

4Zondags gaan ook de visschers uit

met emmer, korf al om den buit,

om vangen met schakel, werpnet:

den hengelaar,

hij wou dat ’t altijd zondag waar!

5De vrouwtjens toogen dan haar vlijt