want daar is voor hem niets te doen,
hij teert en smeert de borst.
’t is evenveel van waar men ’t haalt,
wanneer de trom slaat is ’t betaald.
rob dob enz.
11En heeft hij dan zijn tijd vergist,
zoo dat hij sterft de dood,
men hangt zijn degen op de kist,
en geeft hem menig schoot,
men draagt hem eerst een straatjen om,