2De schooyers leven zonder zorgen,

het is al zuiver winst wat zy tot ’s avonds doen.

zy slapen rustig tot den morgen,

al noemt men hem schavuit, kapoen.

zy leven vast in kleinen last,

het minste pak is hun gemak.

vivat den bedelzak!

3De beedlaers stellen druk bezyen,

geen angst, geen bange zorg en steekt in hunnen kop,

zy zien door niemand zich benyen,