¶ 1, 4. wafertje, wafeltje, Waffel—2, 5. mouwtje, Ermel.

¶ Nr. 184.

Ammenlied.

1Daar was er eens een mannetje,

dat was niet wijs,

en die bouwde-n-een huisje

al op het ijs,

en hij wou dat hij een hoentje had.

tjiptjip mijn hennetje,