8Toen wou hij dat hij een knecht had.

alberecht zoo heet mijn knecht,

welbehagen zoo heet mijn wagen enz.

9Toen wou hij dat hij een meid had.

wel bereid zoo heet mijn meid,

alberecht zoo heet mijn knecht enz.

10Toen wou hij dat hij een vrouw had.

zeer getrouw zoo heet mijn vrouw,

wel bereid zoo heet mijn meid enz.

11Toen wou hij dat hij een kind had.