by het kind! want het u zoo zeer bemint.

5Ach hoe is het hier gesteld!

hier en is geen brood nog geld.

ach de leden zyn doorsneden

van dit kind door het snyden van de wind!

6Die het al geschapen heeft

hier van groote koude beeft,

god den heere zonder kleêre

in het hooi leit hier op een bussel strooi.

7Ziet het os en ’t ezelken