en kwam zeer haast geloopen.
4Zij heeft haar venster opgedaan:
daar zag zij voor haar oogen
den allerliefsten Jesus staan
met schoonheid overtogen.
zij zag hem zoet en vriendelijk aan
en neeg tot op der aarde,
en sprak: ‘waar komt gij toch van daan,
o jongeling hoog van waarde?
5O jongeling van schoonheid rijk,