dat had ic u al vergheven:

nu hebt ghi ghenomen mijn huisvrou haer eer,

en dat sal costen uw leven.’

18Hi wierp hem twee hantschoen voor sijn mont,

op dat hi niet en soude luiden,

hi voerde hem van ’t huis te Cronenburch

tot op dat hoghe huis te Muiden.

19Snachts, omtrent de middernacht,

omtrent de middernachte,

doe lach de grave van Hollant