1Mynheerken van Maldeghem
ging er al buiten jagen
drie mylkens buiten Brugge,
daer stond er een linde breed;
hy en vond er niets ter jagte
dan een herderken kleene;
hy moest hem tegenkomen,
het was hem lief of leed.
2‘Wel herderken, wel herderken!
ik zou er u geiren vragen